Nieuwsbericht
BEKENDMAKING NOODVERORDENING
De
burgemeester van Margraten maakt bekend dat hij ter handhaving van de
openbare orde en ter beperking van gevaar gedurende de periode van
vrijdag 6 mei 2005 om 08.00 uur tot zondag 8 mei 2005 om 16.00 uur de
navolgende noodverordening heeft afgekondigd.
Margraten,4 mei 2005
De burgemeester van Margraten
Mr. drs. H.J.G. van Beers
NOODVERORDENING BUSH
DE BURGEMEESTER VAN MARGRATEN;
Overwegende:
dat op 7 en 8 mei de President van de Verenigde Staten Zuid-Limburg bezoekt;
dat
behalve de President tevens zijn vrouw en de Minister van Buitenlandse
Zaken van de Verenigde Staten meekomen met het bezoek;
dat de aankomst en het vertrek van de President op Vliegveld Maastricht-Aachen Airport is in de gemeente Beek;
dat de President verblijft in de gemeente Valkenburg aan de Geul;
dat de President een bezoek brengt aan de Amerikaanse begraafplaats in Margraten;
dat tijdens de verplaatsingen van de President tevens de gemeenten Meerssen en Maastricht aangedaan worden;
dat
het, gelet op de aard van het bezoek en de positie van de President en
zijn gevolg, in dit verband noodzakelijk is een groot aantal
veiligheidsmaatregelen en openbare orde maatregelen te treffen
aangezien deze personen een hoog veiligheidsrisico met zich brengen;
dat
er een aantal verkeersbewegingen zal plaatsvinden dat vergezeld zal
gaan met hoge veiligheidsmaatregelen en openbare orde maatregelen;
dat
bovendien ernstige vrees bestaat voor verstoring van de openbare orde
mede in verband met aangekondigde (grootschalige) demonstraties door
diverse groeperingen;
dat het gelet op de aard van de herdenking van belang is dat dit bezoek verloopt op een serene en respectvolle wijze;
dat
het met het oog hierop noodzakelijk is in afwijking van en in
aanvulling op bestaande wettelijke voorschriften een regeling vast te
stellen;
gelet op artikel 176 van de Gemeentewet:
BESLUIT
vast te stellen de volgende
ALGEMEEN VERBINDENDE VOORSCHRIFTEN TER HANDHAVING VAN DE OPENBARE ORDE EN TER BEPERKING VAN GEVAAR (NOODVERORDENING BUSH)
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. weg: hetgeen artikel 1.1 sub A van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Margraten (APV) daaronder verstaat;
b. openbaar water: hetgeen artikel 1.1 sub B van de APV daaronder verstaat;
c. rechthebbende:
degene die over enige zaak de beschikking heeft krachtens een zakelijk
of persoonlijk recht dan wel de feitelijke zeggenschap daarover heeft;
d. motorvoertuig:
ieder gemotoriseerd voertuig met uitzondering van bromfietsen en
invalidenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden
voortbewogen;
e. voertuig: een fiets, bromfiets, invalidenvoertuig of ander voertuig dat geen motorvoertuig is;
f. vaartuig:
een schip in de zin van artikel 1.01 van het
Binnenvaartpolitiereglement alsmede vaartuigen en drijvende objecten
die in beginsel niet zijn bestemd voor verplaatsing te water zoals
woonschepen, bedrijfsvaartuigen en stationerende vaartuigen;
g. zone
0: betreft een (deel) van een gebouw waarvoor het hoogste niveau van
bewaking geldt die op de bij deze verordening behorende en als zodanig
gewaarmerkte bijlage(n) is weergegeven;
h. zone
1: betreft een gebouw, object en/of gebied, waarvoor het hoogste niveau
van bewaking geldt die op de bij deze verordening behorende en als
zodanig gewaarmerkte bijlage(n) is weergegeven;
i. zone
2: betreft het gebied rondom het gebouw, object en/of gebied als
beschreven in zone 1 die op de bij deze verordening behorende en als
zodanig gewaarmerkte bijlage(n) is weergegeven;
j. zone 3: betreft het gebied aansluitend aan zone 2, waarin een verhoogde mate van waakzaamheid zal gelden;
k. corridor:
betreft de openbare weg welke dienen als vervoersroute van de President
van en naar de verschillende locaties gemarkeerd door de
eigendoms/perceelsgrenzen en de daaraan gelegen private terreinen, met
aan beide zijden 50 meter breed of zoveel meer dan door de aanwezige
leidinggevende van de politie wordt aangegeven;
l. politie:
ambtenaren van het regiokorps Limburg Zuid, alsmede andere ambtenaren
die (al dan niet in het kader van bijstand) ter beschikking van de
Burgemeester van Margraten zijn gesteld;
Artikel 2 Toegangsverbod zone 0 en 1 en uitzonderingen daarop
1.
Het is verboden zich te bevinden op of aan de openbare weg en de
daaraan gelegen private terreinen, welke is/zijn gelegen in zone 0 en
1, dan wel deze zones te betreden.
2. Het eerste lid geldt niet, behoudens het bepaalde in het derde lid, voor degene die:
a. in deze zone werkzaam is en door de politie geaccrediteerd is om het gebied te betreden;
b.
degene die in het rechtmatig bezit is van een uiterlijk kenteken
(badge) dat door een bij de organisatie betrokken
overheidsinstantie/ambassade verstrekt aan een deelnemer aan de in de
aanhef bedoelde bijeenkomst, alsmede aan een persoon die uit hoofde van
zijn beroep in verband met de in de aanhef bedoelde
bijeenkomst/vergadering ter plaatse werkzaamheden dient te verrichten
dan wel aanwezig dient te zijn.
3.
De Burgemeester kan de toegang tot zone 0 en 1 aan de in het tweede lid
bedoelde personen weigeren, indien deze niet bereid zijn zich te
onderwerpen aan een onderzoek, o.a. door middel van ter plaatse
aanwezige detectie-apparatuur, op de aanwezigheid van voor de openbare
orde of veiligheid gevaarlijke voorwerpen. Dit geldt tevens voor de
vervoersmiddelen waarvan betrokkene(n) zich bedient/bedienen.
4. Eenieder
die in zone 0 en 1 wordt toegelaten dan wel zich daar reeds bevindt,
wordt, indien dit noodzakelijk wordt geacht, eerst
gefouilleerd\gevisiteerd, voordat hij/zij toestemming krijgt om het
gebied te betreden. Tevens dient zijn/haar vervoermiddel aan een
bomcheck onderworpen te zijn.
Artikel 3 Ontheffing toegangsverbod zone 0 en 1
1.
De Burgemeester kan van het in artikel 2, eerste lid, gestelde verbod
ontheffing verlenen aan degene wiens aanwezigheid in zone 0 en 1 naar
zijn oordeel dringend is vereist.
2.
De in het eerste lid bedoelde persoon is verplicht zich desgevraagd
door middel van een deugdelijk identiteitsbewijs, zulks ter beoordeling
door de politie, te legitimeren; het bepaalde in artikel 2, derde lid,
is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4 Toegangsverbod zone 2 en uitzonderingen daarop
1.
Het is verboden zich te bevinden op of aan de openbare weg en de
daaraan gelegen private terreinen, welke is/zijn gelegen in zone 2, dan
wel deze zone te betreden.
2. Het eerste lid geldt niet, behoudens het bepaalde in het derde lid, voor degene die:
a. door
middel van een deugdelijk identiteitsbewijs dan wel een ander
deugdelijk document, zulks ter beoordeling van de politie, kan aantonen
in deze zone woonachtig te zijn en door de politie geaccrediteerd is om
het gebied te betreden;
b. in deze zone werkzaam is en door de politie geaccrediteerd is om het gebied te betreden;
c. een
in deze zone woonachtige bewoner of een in deze zone gevestigd bedrijf
of kantoor wil bezoeken, mits deze persoon zich behoorlijk, zulks ter
beoordeling van de politie, kan legitimeren en deze persoon door de
politie geaccrediteerd is om het gebied te betreden;
d. in
het rechtmatig bezit is van een uiterlijk kenteken (badge) dat door een
bij de organisatie betrokken overheidsinstantie/ambassade is verstrekt
aan een deelnemer aan de in de aanhef bedoelde bijeenkomst/
vergadering, alsmede aan een persoon die uit hoofde van zijn beroep in
verband met de in de aanhef bedoelde bijeenkomst/vergadering ter
plaatse werkzaamheden dient te verrichten dan wel aanwezig dient te
zijn.
3.
De Burgemeester kan de toegang tot zone 2 aan de in het tweede lid
bedoelde personen weigeren, indien deze niet bereid zijn zich te
onderwerpen aan een onderzoek, o.a. door middel van ter plaatse
aanwezige detectie-apparatuur, op de aanwezigheid van voor de openbare
orde of veiligheid gevaarlijke voorwerpen. Dit geldt tevens voor de
vervoermiddelen waarvan betrokkene(n) zich bedient/bedienen.
4. Eenieder
die in zone 2 wordt toegelaten dan wel zich daar reeds bevindt, wordt,
indien dit noodzakelijk wordt geacht, eerst gefouilleerd/gevisiteerd
voordat hij/zij toestemming krijgt om het gebied te betreden. Tevens
kan zijn/haar vervoermiddel aan een onderzoek onderworpen worden.
Artikel 5 Ontheffing toegangsverbod zone 2
1.
De Burgemeester kan van het in artikel 4, eerste lid, gestelde verbod
ontheffing verlenen aan degene wiens aanwezigheid in zone 2 naar zijn
oordeel dringend is vereist.
2.
De in het eerste lid bedoelde persoon is verplicht zich desgevraagd
door middel van een deugdelijk identiteitsbewijs, zulks ter beoordeling
door de politie, te legitimeren; het bepaalde in artikel 4, derde lid,
is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6 Toegangsverbod en ontheffing zone 3 en uitzonderingen daarop
1.
Het is verboden zich te bevinden op of aan de openbare weg en de
daaraan gelegen private terreinen, welke is/zijn gelegen in zone 3, dan
wel deze zone te betreden.
2. Het eerste lid geldt niet, behoudens het bepaalde in het derde lid, voor degene die:
a. degene
die door middel van een deugdelijk identiteitsbewijs dan wel een ander
deugdelijk document, zulks ter beoordeling door de politie, zich kan
legitimeren
b. door
middel van een deugdelijk identiteitsbewijs dan wel een ander
deugdelijk document, zulks ter beoordeling door de politie, kan
aantonen in deze zone woonachtig te zijn.
3.
De Burgemeester kan de toegang tot zone 3 aan de in het tweede lid
bedoelde personen weigeren, indien deze niet bereid zijn zich te
onderwerpen aan een onderzoek, o.a. door middel van ter plaatse
aanwezige detectie-apparatuur, op de aanwezigheid van voor de openbare
orde of veiligheid gevaarlijke voorwerpen. Dit geldt tevens voor de
vervoermiddelen waarvan betrokkene(n) zich bedient/bedienen.
4. Eenieder
die in zone 3 wordt toegelaten dan wel zich daar reeds bevindt, wordt,
indien dit noodzakelijk wordt geacht, eerst gefouilleerd/gevisiteerd
voordat hij/zij toestemming krijgt om het gebied te betreden. Tevens
kan zijn/haar vervoermiddel aan een onderzoek onderworpen worden.
Artikel 7 Ontheffing toegangsverbod zone 3
1.
De Burgemeester kan van het in artikel 6, eerste lid, gestelde verbod
ontheffing verlenen aan degene wiens aanwezigheid in zone 3 naar zijn
oordeel dringend is vereist.
2.
De in het eerste lid bedoelde persoon is verplicht zich desgevraagd
door middel van een deugdelijk identiteitsbewijs, zulks ter beoordeling
door de politie, te legitimeren; het bepaalde in artikel 6, derde lid,
is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8 Toegangsverbod corridor en uitzonderingen daarop
1. Het is verboden zich te bevinden op of aan de corridor, dan wel deze te betreden.
2. Het eerste lid geldt niet, behoudens het bepaalde in het derde lid, voor degene die:
a. door
middel van een deugdelijk identiteitsbewijs dan wel een ander
deugdelijk document, zulks ter beoordeling door de politie, kan
aantonen in deze zone woonachtig te zijn dan wel daar werkzaam is;
b. een
in deze corridor woonachtige bewoner of een in deze zone gevestigd
bedrijf of kantoor wil bezoeken, mits deze persoon zich behoorlijk,
zulks ter beoordeling door de politie, kan legitimeren.
3.
De Burgemeester kan de toegang tot de corridor aan de in het tweede lid
bedoelde personen weigeren, indien deze niet bereid zijn zich te
onderwerpen aan een onderzoek, o.a. door middel van ter plaatse
aanwezige detectie-apparatuur, op de aanwezigheid van voor de openbare
orde of veiligheid gevaarlijke voorwerpen. Dit geldt tevens voor de
vervoermiddelen waarvan betrokkene(n) zich bedient/bedienen.
4. Eenieder
die in corridor wordt toegelaten dan wel zich daar reeds bevindt,
wordt, indien dit noodzakelijk wordt geacht, eerst gevisiteerd voordat
hij/zij toestemming krijgt om het gebied te betreden. Tevens kan
zijn/haar vervoermiddel aan een onderzoek onderworpen worden.
Artikel 9 Ontheffing toegangsverbod corridor
1.
De Burgemeester kan van het in artikel 8, eerste lid, gestelde verbod
ontheffing verlenen aan degene wiens aanwezigheid in de corridor naar
zijn oordeel dringend is vereist.
2.
De in het eerste lid bedoelde persoon is verplicht zich desgevraagd
door middel van een deugdelijk identiteitsbewijs, zulks ter beoordeling
door de politie, te legitimeren; het bepaalde in artikel 8, derde lid,
is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10 Specifieke maatregelen in de zone 2, 3 en de corridor.
1. Het is verboden om op of aan de openbare weg en de daaraan gelegen private terreinen vervoermiddelen te parkeren.
2. Het is verboden om op of aan de openbare weg en de daaraan gelegen private terreinen onnodig stil te staan.
3. Het is verboden objecten zoals brievenbussen, groencontainers en andere voorwerpen te plaatsen.
4.
Voorwerpen, zoals genoemd in artikel 3, die reeds op de openbare weg en
de daaraan gelegen private terreinen geplaatst zijn, dienen verwijderd
te worden.
5.
Het is verboden om zich op welke wijze dan ook te ontdoen van
huishoudelijke afvalstoffen, waaronder tevens begrepen groente-, fruit-
en tuinafval, papier, glas, klein chemisch afval alsmede
bedrijfsafvalstoffen en grof huisvuil.
6.
Het is verboden om op/aan de openbare weg en de daaraan gelegen private
terreinen graafwerkzaamheden te verrichten, anders dan dat door de
Burgemeester hiervoor een ontheffing verleend is.
7. Een ieder die zich bevindt op of aan de openbare weg en de daaraan gelegen private terreinen
dan wel op een voor publiek toegankelijke plaats, is verplicht toe te
laten dat de goederen die hij met zich voert alsmede zijn motorvoertuig
of een ander voertuig door de politie op de aanwezigheid van voorwerpen
of stoffen als bedoeld in artikel 12 onder b wordt/worden onderzocht.
8.
Een ieder die zich bevindt op een voor het publiek toegankelijke
plaats, is verplicht zich op eerste vordering van de politie door
middel van een deugdelijk identiteitsbewijs te legitimeren.
Artikel 11 Verplichting zich te verwijderen
Een
ieder die zich bevindt op of aan een openbare weg en de daaraan gelegen
private terreinen, gelegen in zone 1, 2, 3 en de corridor dan wel op of
in een in de open lucht gelegen deel van een gebouw dat uitzicht geeft
op de locaties waar de President verblijft of vergadert, is verplicht
zich op eerste vordering van de politie te verwijderen dan wel zich
verwijderd te houden in een door de politie aangegeven richting.
Artikel 12 Verbod ordeverstorende gedragingen
Het
is verboden op of aan de openbare weg, private terreinen dan wel de
voor publiek toegankelijke ruimten welke zijn gelegen in zone 0, 1, 2 en 3 en de corridor:
a. zich
zodanig te gedragen dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zulks
gebeurt om de openbare orde te verstoren of de veiligheid in gevaar te
brengen;
b. voorwerpen
of stoffen bij zich te hebben, te dragen, of te vervoeren die kennelijk
bestemd zijn of kunnen worden gebruikt om de openbare orde te verstoren
dan wel de veiligheid in gevaar te brengen.
c. zich gemaskerd, vermomd of op enige andere wijze onherkenbaar gemaakt te bevinden of op te houden.
d. Spandoeken mee te voeren dan wel op te hangen en beledigende teksten te uiten die te relateren zijn aan het bezoek.
Artikel 13 Verplichting toestaan veiligheidsonderzoek in gebouwen
De
rechthebbende op een gebouw of een gedeelte daarvan dat uitzicht geeft
op een locatie waar de President en zijn gevolg verblijft of vergadert,
is verplicht toe te laten dat dat gebouw of het gedeelte waarvan hij
rechthebbende is door de politie wordt betreden en wordt onderzocht op
de aanwezigheid van voorwerpen en personen die een bedreiging van de
openbare orde kunnen inhouden of een gevaar voor de veiligheid kunnen
opleveren.
Artikel 14 Demonstraties
1.
Het is verboden een betoging of vergadering op of aan de openbare weg
te houden die gelegen is in zone 0, 1, 2 en 3 en corridor.
2.
Het is verboden op enigerlei wijze de toegang tot de in het eerste lid
bedoelde zone te blokkeren dan wel deze voor anderen op enigerlei wijze
te belemmeren.
3.
Het houden van een demonstratie is verder verboden in de gehele
gemeente Margraten met uitzondering van het Bogmanplein te Noorbeek op
zaterdag 7 mei 2005 van 10.00 uur tot 17.00 uur.
Artikel 15 Bevelen buiten de zone 0, 1,2 en 3 en de corridor
1.
Indien buiten zone 0, 1, 2 en 3 en de corridor sprake is van verstoring
van de openbare orde, dient een ieder onverwijld de bevelen van de
politie op te volgen en zich te verwijderen c.q. verwijderd te houden
in de door de politie aangegeven richting.
2. Het is verboden op of aan de openbare weg, private terreinen dan wel de voor publiek toegankelijke ruimten
a. zich gemaskerd, vermomd of op enige andere wijze onherkenbaar gemaakt te bevinden of op te houden.
b. spandoeken mee te voeren dan wel op te hangen en beledigende teksten te uiten die te relateren zijn aan het bezoek.
Artikel 16 Vaar- en ligplaatsverbod
Het
is verboden met een schip of ander vaartuig ligplaats in te nemen, dan
wel daarmede te varen in dat deel van het openbaar water dat in de bij
deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte bijlage … is
vermeld.
Artikel 17 Verbod voorwerpen op de openbare weg of in het openbare water te plaatsen
1.
Het is verboden een voorwerp te plaatsen of te laten staan op of aan de
openbare weg welke is gelegen in zone 0, 1, 2 en 3 en/of corridor dan
wel voorwerpen te plaatsen of te laten staan op, in of boven openbaar water.
2. Onder een voorwerp wordt mede verstaan een voertuig of container.
3.
Dit verbod geldt ook indien op grond van artikel 2.1.5.1 van de APV
vergunning is verleend voor het plaatsen van een voorwerp op, aan of
boven de openbare weg dan wel indien op grond van artikel 5.3.1 van de
APV vergunning is verleend voor het plaatsen van een voorwerp op, in of
boven openbaar water, dan wel op grond van artikel 87 van het Reglement
verkeersregels en verkeerstekens ontheffing of op grond van de
Parkeerverordening 2003 van de gemeente Maastricht vergunning is
verleend voor het parkeren van een voertuig.
Artikel 18 Gebruik helihaven AZM
1. Het is verboden zich te bevinden op de helihaven, dan wel op deze helihaven een helikopter te doen landen en/of opstijgen.
2.
Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor het reguliere gebruik
van de traumahelikopter en voor helikopters van de
hulpverleningsdiensten die ingezet worden met toestemming van de
algemeen commandant van politie.
Artikel 19 Bestuurlijke ophouding
Het
groepsgewijs niet naleven van de in deze verordening gegeven
voorschriften kan aanleiding geven tot bestuurlijke ophouding als
bedoeld in artikel 2.8.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening.
Artikel 20 Ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van de noodverordening
Met de zorg voor de naleving van de bepalingen van deze verordening alsmede de handhaving ervan is de politie belast.
Artikel 21 Inwerkingtreding
1. Deze verordening treedt in werking op vrijdag 6 mei 2005 om 08.00 uur.
2. Deze verordening wordt ingetrokken op zondag 8 mei 2005 om 18.00 uur.
3. Deze verordening wordt gepubliceerd op de website van de politie en de gemeente.
4.
Deze verordening wordt, ingevolge artikel 176, tweede lid, van de
gemeentewet, terstond na haar bekendmaking ter kennis gebracht van de
gemeenteraad, de Commissaris der Koningin van de Provincie Limburg en
de Hoofdofficier van Justitie van het Arrondissementsparket Maastricht
De Burgemeester van Margraten,
Mr. drs. H.J.G. van Beers
|